|

CKV1
Alle leerlingen van de bovenbouw krijgen in hun lesprogramma CKV1: Culturele Kunstzinnige Vorming. Het doel van het vak is om de leerlingen meer inzicht te geven in kunst en cultuur en hun betrokkenheid t.a.v. kunst te vergroten.
In de lessen worden de leerlingen geconfronteerd met alle mogelijke culturele zaken: film, theater, beeldende kunt, muziek, dans, architectuur, literatuur etc. De leerlingen leren op welke manier deze kunstuitingen tot stand komen en welke kunstzinnige kwaliteiten ze bezitten. Buiten lestijd bezoeken de leerlingen zelf allerlei voorstellingen en uitvoeringen. Na het bezoek leveren de leerlingen een werkstuk in of verzorgen een presentatie, waarin ze laten zien dat ze inzicht hebben gekregen in de kwaliteiten van kunst.
CKV2
Alle leerlingen die in de bovenbouw het profiel cultuur en maatschappij hebben gekozen krijgen het vak CKV2 in combinatie met CKV3 (audiovisueel, beeldend of muziek). CKV2 is kunst en cultuurgeschiedenis. Aan de hand van een aantal periodes in de geschiedenis worden de leerlingen geconfronteerd met allerlei kunstvormen uit het verleden.
De VWO-leerlingen verdiepen zich in de cultuur van de middeleeuwen, de hofcultuur in Italië en het Hof van Lodewijk XIV, de 17e eeuw in Holland, de romantiek, de cultuur van het moderne en de massacultuur.
De HAVO-leerlingen krijgen jaarlijks een wisselend thema van voor 1900, daarnaast de cultuur van moderne en cultuur van de massa. In de lessen werken de leerlingen met de lesmethode De bespiegeling. Het luisteren naar muziek, het kijken naar dans, theater en beeldende kunst is de kern van de lessen. De leerlingen moeten een relatie kunnen leggen tussen de tijd waarin het kunstwerk ontstaan is en de uiteindelijke vorm van het kunstwerk. CKV2 wordt afgesloten met een landelijk afgenomen examen.

CKV3 BEELDEND
CKV3 beeldend is een vervolg op het vak beeldende vorming in de onderbouw. In de lessen maken de leerlingen zelf werkstukken. De werkstukken zijn zowel tweedimensionaal (tekenen en schilderen) als driedimensionaal (boetseren, beeldhouwen en design).
Tijdens het maken van een collectie werkstukken is zowel het ontstaansproces (schetsen, studies, onderzoekjes) als het eindwerkstuk van belang. De leerling moet tijdens het proces en de beoordeling kunnen reflecteren op zijn eigen werk. Naast het maken van eigen werk krijgen de leerlingen ook opdrachten voor vaktheorie. In de vaktheorie laat de leerling zien dat hij inzicht heeft in de beeldende middelen en beeldaspecten. Verder wordt in de vaktheorie een relatie gelegd tussen het eigen werk en werk wat beeldende kunstenaars in het verleden hebben gemaakt. Het cijfer voor CKV3 bestaat uit praktijkwerk (proces en eindproduct), reflectie en vaktheorie. CKV3 wordt afgesloten in het schoolexamen.

.JPG)
|