METALEKTRO - Metaaltechniek en Elektrotechniek
"Intrasectoraal onderwijs" een brede opleiding binnen 2 "oude " afdelingen Metaaltechniek en Elektrotechniek, waarbij de praktische vaardigheden centraal staan.
Het onderwijsprogramma is samengesteld uit onderdelen van beide afdelingen, Metaaltechniek gecombineerd met Elektrotechniek.
Wat zijn de pluspunten van intrasectoraal onderwijs?
-
Breed oriënteren op een technische toekomst die de kwaliteit van de beroepskeuze kan verbeteren.
-
Uitstel van de definitieve beroepskeuze.
-
Ontwikkelen van houding, vaardigheden die van belang zijn voor toekomstig functioneren in het beroep, maatschappij en vervolg onderwijs
-
Mogelijkheid tot switchen tussen Elektrotechniek of Metaaltechniek bij de overgang naar het vervolgonderwijs.
Het programma METALEKTRO voor de basisberoepsgerichte leerweg biedt een brede oriëntatie op Elektrotechnische werkzaamheden rond een aantal thema´s:
-
Woningbouwinstallaties
-
Utiliteitsinstallaties
-
Zwakstroom
-
Elektronica
Het Metaaltechnische deel voor de basisberoepsgerichte leerweg omvat algemene grondvaardigheden metaal:
-
Plaat en constructie
-
Verbindingstechniek
-
Verspaningstechniek
Het programma METALEKTRO voor de kaderberoepsgerichte leerweg omvat naast alle onderdelen voor de basisberoepsgerichte leerweg, exameneenheden als:
Het programma METALEKTRO voor de gemengde leerweg omvat onderdelen uit bovenstaande leerwegen maar de praktische vaardigheden staan hier minder sterk centraal en zijn gecomprimeerd.
Werk Plekken Structuur (WPS)
Er wordt tijdens "de praktijklessen" gewerkt met een gemoduleerde lesmethode, de Werk Plekken Structuur (WPS).
WPS is een vernieuwde vorm van lesgeven voor de beroepsgerichte afdelingen. De leerling leert binnen WPS zelfstandig leren en werken waarbij een integratie plaats vindt van de tot nu toe apart gegeven beroepsgerichte vakken (theorie, tekenen, meten en praktijk).
De leerling werkt op verschillende werkplekken in het praktijklokaal. Binnen WPS neemt de leerling een aantal logistieke en organisatorische taken van de docent over. We noemen dit "de rol" van medewerker / functionaris.
De docent wordt begeleider / coach.
De leerling speelt "de rol" van medewerker / functionaris als:
Planner
- onderhoud van het planbord
- beheer van de sturingsinstrumenten
- uitgifte van ordergeleidebonnen, werkwijzers
- controle van de ordergeleidebonnen
- bijhouden van absenten, etc.
Magazijnbeheerder
- registratie van de uitgifte van de materialen
- voorraadbeheer van de materialen
- registratie uitgifte en inname van handgereedschap
Kwaliteitscontroleur
- controle / meten gemaakte werkstukken van leerlingen
- beoordelen van de werkstukken (bij geschillen bemiddelt de docent)
Door de integratie van de beroepsgerichtevakken in modulevorm, en "de rol" van de medewerker / functionaris ontstaat er tijdens de lessen een simulatie van de praktijksituatie die in het bedrijfsleven voorkomt.
Werk Plekken Structuur
- Maakt de beroepsgerichte opleiding aantrekkelijker
- Geeft de docent meer ruimte voor individuele begeleiding van de leerling
- Maakt niveau- en tempodifferentiatie mogelijk
- Geeft bedrijfssituatie binnen het onderwijs
- Is een goede methode voor het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden
- Geeft een goede aansluiting naar het vervolgonderwijs ( ROC )